home »

Poolse topweek voor Aron Kremer

Aron Kremer nam als gastrenner bij Westland Wil Vooruit van 24 tot en met 28 juli deel aan een etappekoers in Polen: de Dookola Mazowsza. Kremer reed drie keer top tien en werd twintigste in de eindstand.

,,De meerdaagse startte met een criterium in het centrum van Warschau op een oude paardenrenbaan,” vertelt Aron Kremer, die had gehoopt op een korte uitslag en een redelijke positie in de eindstand. ,,In dit criterium vielen er truien te verdienen, maar de wedstrijd telde niet mee voor het klassement. De weg waarop we moesten koersen zat vol met gaten. In de bocht waar we moesten keren lagen losse stoeptegels. Genoeg ingrediënten voor en mooie koers…. Ik dacht met mijn Hollandse criteriumervaring wel goed mee zou moeten kunnen, maar dit bleek niet zo makkelijk te zijn. Er werd echt hard gereden. Op de rechte stukken ging de snelheid steeds richting de 55 km/uur en in de sprints die er elke ronde waren naar de 62. Na 42 km was de finish. We hadden met 46.5 gemiddeld in het rond gereden…. Best hard op een rondje van 2,5 km met een bocht waarin je volledig stil stond.”
Woensdag stond de eerste echte etappe op het programma over 182 km. Het waaide behoorlijk. Na 20 km sprong Aron Kremer mee met de juiste vlucht. ,,We zaten direct weg met zo’n 25 man,” vervolgt hij. ,,Alle grote ploegen zaten erbij, dus er werd hard gereden bij ons. We kregen tot 12 minuten voorsprong. Uiteindelijk reden er drie mannen weg waar ik net niet mee kon. In de sprint van de groep wist ik derde te worden. In de eerste etappe werd ik dus gelijk zesde en stond ook op die plek in het algemeen klassement. De sfeer in de ploeg zat er goed in na deze rit: iedereen gefinisht en nog een aantal jongens bij de eerste 30. De ploeg wilde graag proberen mij de komende dagen kort te houden in het klassement. Ik was toen dus gelijk kopman!”
De tweede etappe was 180 km lang. De ploeg van de leider in het klassement probeerde de koers te controleren. Na twee uur koersen stond er een gemiddelde snelheid van 50 km/uur op de teller. ,,Ter voorbereiding op de sprint werd ik naar voren gereden door een aantal ploegmaten,” zegt Kremer. ,,Ik wilde weleens een massasprint gaan proberen. Het was zeer hectisch met een aantal bochten met slecht wegdek. Een aantal mannen vielen, maar ik bleef net overeind en eindigde als negende. Tweede top-10 plek in 2 dagen, het moest niet gekker worden. Ik moest mezelf er ook even aan herinneren dat dit een UCI-koers was met haast alleen maar continental teams aan de start. Bovendien was dit de eerste keer in mijn ‘carrière’ dat ik me echt in een massale aankomst durfde te storten.
Met nog een lange rit en tijdrit te gaan, stond Aron Kremer nog steeds kort in het klassement. In de derde etappe van wederom 180 km had Kremer het erg zwaar. ,,Er werd af en toe heel hard gereden. Het parcours was iets meer geaccidenteerd dan de voorgaande dagen. Een aantal kopgroepjes hadden het niet gered en het leek erop dat we weer een massale aankomst kregen. We hadden als ploeg afgesproken een trein te bouwen in de laatste kilometers, die we vooraf ook verkend hadden. In de laatste km zaten namelijk zes bochten (niet echt de specialiteit van de Polen!). Helaas reed er met 15 km te gaan opeens een groepje met ongevaarlijke mannen voor het klassement weg. Geen enkel team wilde ze terughalen. We sprintten uiteindelijk voor plek elf. Ik besloot me toch maar weer vol in de sprint te storten met de goede ervaring van de voorgaande dagen. Met hulp van mijn ploegmaten wist ik op tijd voorin te komen. En toen begon het grote gevecht voor de voorste plaatse. Ik heb heel wat kopstoten ellebogen en “Curva’s” moeten doorstaan maar ik bleef voorin. Ik wist zelfs een trein van vijf man van de grootste ploeg (CCC-Polsat) uit het wiel te beuken van twee man van ISD-Lampre-Continental die de sprint vol aantrokken. Ik eindigde deze pelotonssprint als tweede. Dus de twaalfde plek! Door deze uitslag steeg ik een aantal plaatsen in het klassement en stond met alleen de tijdrit te gaan vijfde. Dit had ik van tevoren niet kunnen dromen. Eigenlijk onvoorstelbaar na drie lange etappes waarin vol gekoerst was.”
Tijdrijden is niet de favoriete bezigheid van Aron Kremer, maar hij besloot er vol in te gaan. ,,Ik had op dat moment graag Kooiman, Van Kooij of Tol willen zijn, maar ik had genoeg moraal om een goede tijdrit te rijden. Ik had helaas geen tijdritfiets en moest dus op mijn wegfiets een stuurtje monteren. Een ploegmaat moest al vroeg starten. Ik ging met de ploegleider mee om alvast het parcours te zien. Ik schrok toen behoorlijk! Er moest zo’n 110 meter hoogteverschil overbrugd worden in 10 km. Daarna dezelfde weg terug omlaag. 20 km in totaal dus. Ik had me goed ingereden en zo aerodynamisch mogelijk aangekleed. Ik kreeg behoorlijk aandacht als vijfde man in het klassement en werd een tijdje gefilmd door de camera’s van de ‘Nederland 1’ van Polen (helaas ’s avonds niet teruggezien in de uitzending). Ik kon in de tijdrit redelijk tempo blijven ontwikkelen omhoog, al moest ik wel echt zwaar malen. Ik werd alleen wel snel ingehaald door de drager van de jongerentrui (alsof ik stilstond). De terugweg was iets prettiger, doordat het parcours naar beneden liep. Na de finish was ik wel echt leeg, meer zat er in elk geval niet in. De tijdrit eindigde ik als 52e . In het klassement zakte ik naar de twintigste plaats. Dat was balen, maar ik was wel tevreden over mijn tijdrit en mijn presteren in een meerdaagse.
In deze etappekoers heb ik mezelf weer voor een deel ontdekt en heb ik hele mooie uitslagen neergezet. Alles rond de koers was zeer goed geregeld door Westland: elke dag massage, goede voeding en een mecanicien, die voor de fietsen zorgde. Ik heb letterlijk alleen maar hoeven slapen en fietsen. We hebben daarnaast ook nog een hoop gelachen. Kortom: Een top week!